Samenwerken
Bericht aan de Jong Ondernemende studenten.Hallo goede vrienden,
Met dit bericht wil ik jullie iets leren: Een mentaliteit bijbrengen die je je hele leven kan gebruiken als je de verantwoording draagt over de samenwerking in een bedrijf. Je leest hieronder drie herinneringen, die toegepast op ons project ineens metaforen blijken te zijn. Meteen bruikbaar en klaar om mee te oefenen. Afgelopen vrijdag was een interventie nodig om jullie de moed weer op te laten pakken de komende beurs te gaan halen. In ‘no time’ stond er een plan op het bord. De methode was: “terug rekenen tot vandaag”. Iedereen wilde meteen aan de slag. Nu vind ik dat het nog niet genoeg was. Doe het in een keer goed. Laten we daarom mijn eerste herinnering daar eens op los laten:
Eerste herinnering.
Toen ik zo oud was als jullie moest ik in militaire dienst. Daar werd ik langer dan een jaar opgeleid en moest bijna twee jaar soldaatje spelen. Na mijn opleiding werkte ik met collega’s en medewerkers aan een enorm mobiel communicatienetwerk. Dat netwerk diende om de strijd te kunnen besturen en zat in auto’s, vliegtuigen en op de rug van verbindingssoldaten. Wij waren een onderdeel van een samenwerking van duizenden mensen. Dat oefenden we vaak. Zo had ik in een bos ergens in Duitsland een tot caravan omgebouwde militaire aanhangwagen onder een groot camouflagenet. Naast mijn “caravan” stond een enorme mitrailleur die kogels van een half inch diameter tot acht kilometer ver kon schieten. Dat ding zetten we midden in de nacht in elkaar, het werd in delen vervoerd omdat het met de driepoot meer dan honderd kilo woog. Om het ding te laten knallen in de oefening, gebruikten we patronen met houten proppen in de huls. Die prop is nodig om 40 bar op te wekken in de loop. Die druk wordt door een buisje naar achteren geleid waardoor de slee terugslaat. Daarmee wordt de huls en de verbindingsbeugel tussen de patronen uitgeworpen en een nieuwe patroon naar binnen getrokken. Die patronen komen uit een metalen kist die naast de mitrailleur in een houder hangt. We werden een keer overvallen door commando’s (enge echte oefening). Toen heb ik ze verjaagd door (bijna) gericht op ze te schieten. Dat mag met die proppen als het doelwit meer dan 50 meter weg is. Een opwindende ervaring voor die commando’s die plat op hun buik terug moesten kruipen onder oorverdovende stoten van 500 vlammende stukken hout per minuut. Deze griezelige gevaarlijke oefening was het resultaat van een enorme samenwerking. Degene die voor mij die kist met patronen had verzorgd, had alles besproken, voorbereid en gecheckt, nog eens gecheckt en daarna nog een derde keer laten nakijken. Dat gold voor de hele operatie. Dat noemden we CHECK, RECHECK en OVERCHECK. Dat was nodig om het risico uit te sluiten dat we midden in de nacht niet een kist met “normale” patronen van 12,7 millimeter diameter, met lood en lichtspoormunitie in messing huls met hardstalen punt, zouden gebruiken. Met die patronen kan je een gat van voor tot achter door een auto schieten. Garantie voor succes is:
EERST ALLES PERFECT KLAAR en dan CHECK - RECHECK – OVERCHECK.
Tweede herinnering.
Op zo’n verbindingsoefening gebruikten we prachtige, ouderwetse grote, groene en loodzware zenders. Je ziet ze nog wel eens in films over de tweede wereldoorlog. Ik had vier werkplaatsen met radio- en aggregaatmonteurs om die bakken met buizen aan de praat te houden. Een van die zenders was een verzameling units in een stalen frame van een meter breed en een meter hoog. Het was een kortegolfzender met twee oranje licht uitstralende zendbuizen met de afmeting van PET-flessen. Deze zender kon stabiel “in de lucht gebracht” worden in ongeveer drie kwartier. Dat deed je met een reeks van knoppen, schaalverdelingen en een metertje. Daarvoor moest je het gehele schema en de werking van de units van buiten kennen.
Het leuke was dat dát nog niet genoeg was: Je moest met hart en ziel van die zender houden! Denk daarbij aan een baby’tje dat je ’s-morgens voorzichtig uit de wieg tilt, verschoont en met je hand onder het hoofdje het heen en weer beweegt in een warm badje onder het uitstoten van lullige geluidjes.
Nou lach maar, de meeste zenderbediendes hadden dat niet! Dan werd ik met excuses uit m’n slaap gehaald om vijf uur in de ochtend, net terug van een lange reis in een open jeep in de vrieskou. Dan moest ik diep in de kraag van mijn jack gedoken in die vrieskou helemaal omschakelen van een vloek naar babyliefde om dat inmiddels geheel door hun geklungel ontregelde balsturige kreng te benaderen. Met aan gebrek aan gevoel voor het apparaat, was de oscillator op een harmonische van de frequentie ingesteld, waardoor alles normaal leek maar en geen draad aan vermogen uit de antenne kwam. Je moet weten dat dit apparaat ook kon huilen als je fouten maakte. Het verschil met een baby is dat het gehuil dan over half Europa uit de luidsprekers komt! Na drie kwartier met lieve geluidjes; “Kom nou, je kunt het, ja jaa! je hebt het te pakken, nu je best doen voor de volgende trap, goooeeed zoooo!” Dan deed ze het en liet ik volslagen verblufte mannen achter. Die dachten dat ik het met voodoo deed. Dan werd het al weer licht en kroop ik niet meer in mijn slaapzak. Bij een opkomende zon met stralen in een beginnende ochtendnevel tussen de bomen, maakte ik een prachtige ochtendwandeling in de vrieskou. Dan denk je met plezier terug aan de maffe situatie. Het apparaat (het hele gebeuren) heeft je dan werkelijk iets teruggegeven! Waar zit dat in?
Ik denk dat je IN JEZELF MOET GELOVEN, dat straal je uit en krijg je terug van je omgeving. Nu nog een derde verhaal uit die tijd toen ik net zo oud was als jullie:
Derde herinnering.
In speciale oefeningen waren we altijd met z’n tweeën. En met z’n tweeën opereerden we heel alleen. In hopeloos lijkende opdrachten lieten we elkaar nóóit alleen. Daar stond een heftige straf op! Liever drie dagen te laat terug met twee rugzakken op de borst en je kameraad op de rug, dan alleen binnenkomen en om hulp vragen! Dan leer je wel wat samenwerken is. Mijn vaste partner was een Duitse jongen met een krankzinnig gevoel voor humor. Je kon ons samen aantreffen, gecamoufleerd in een plas liggend tussen de struiken en allebei stikkend van de ingehouden lach. Onze humor bestond voornamelijk in het bedenken van situaties waarin onze meerderen belachelijk werden.
In een strenge opleiding wordt je uitrusting gecontroleerd. Het resultaat is bepalend voor een weekeinde in een cel of met de trein naar huis! Daarvoor klommen commandanten boven op een stapelbed om met een witte handschoen aan over een elektriciteitsbuis te voelen of er stof op lag.
“Soldaat doe je kast open! Pieiep! Wat is dat voor een stuk oud roest!? (Met Duits accent:) Dat is mijn geweer kapitein. Wat zijn dat voor gemodderde bakstenen!? Dat zijn mijn patroonhouders kapitein. Hé, het is verboden poetslappen uit de garage mee te nemen! Dat is mijn nette outfit kapitein. Schimmel!!!! Mijn nette schoenen kapitein…” Zo namen we als kinderen in een engelse kostschool het hele gebeuren in ons strenge wereldje door. Flauw? We bleven ons zelf en haalden het.
Onderwijl werden we heel professioneel. Een professionele eenheid met een enorme werkkracht. Als het weer eens goot, sliepen we onderweg onder auto’s. Daarvoor maakten we eerst de motor onklaar door er cruciale onderdelen uit te halen. Je kunt om het leven komen door ongelofelijk stomme dingen. In mijn waterdichte slaapzak sliep ik samen met een wapen en de stroomverdeler van die auto. Door geluiden werd ik eens wakker. Een eerste reflex was rechtop te gaan zitten. Dat leverde een forse met smeer en modder gevulde snee op boven op mijn hoofd. Daaronder ontwikkelde zich een enorme bult. Het was mijn maat die de wond schoon waste met al het water uit zijn veldfles. In de loop van de dag dronken we water uit een plas terwijl hij zei dat ik in het vervolg beter mijn helm op kon zetten als ik ging slapen.
Wat leverden die ervaringen op;
ONDER PROFESSIE VALT OOK: BLIJF JE ZELF EN
LAAT ELKAAR NOOIT IN DE STEEK.
Ha! En nu laat ik het op jullie los.